Het pad naar zelfvertrouwen in de sport

De coach als gids

© Shutterstock

Zelfvertrouwen creëren bij sporters is een voortdurende reis. Een sporter kan nog zo goed zijn, maar als tijdens een wedstrijd het zelfvertrouwen ontbreekt, kunnen de prestaties achterblijven. In de NLcoach-workshop ‘Confidence kit voor sporters’ nam sportpsycholoog Jeroen Davids aanwezige coaches mee op die reis naar meer zelfvertrouwen. In dit artikel deelt hij praktische tools bij aspecten die hierbij van invloed zijn, zoals feedback geven, doelen stellen en het zorgen voor zelfkennis en zelfreflectie. Bij de nieuwe workshop ‘Mentale kracht: de sleutel tot presteren onder druk’ op 26 mei gaat Davids nog verder in op het vergroten van het zelfvertrouwen.

Growth versus fixed mindset

De Amerikaanse psycholoog Carol Dweck heeft jarenlang onderzoek gedaan naar het effect van je overtuiging van intelligentie op motivatie en prestatie. In 2006 heeft zij een boek gepubliceerd Mindset: The New Psychologiy of Succes. In dit boek beschreef zij een geheel nieuw idee, namelijk de growth mindset.

De theorie over growth mindsets beschrijft twee typen mindsets, namelijk de fixed mindset en de growth mindset:

  • bij de fixed mindset denken mensen dat hun intelligentie, talent, vaardigheden en capaciteit al vaststaat. Ze kunnen hier helemaal niks aan veranderen. Eigenlijk is het zelfvertrouwen volledig gebaseerd op hun huidige talent, niet op het talent om zich nog verder te ontwikkelen;
  • bij de growth mindset denken mensen juist dat intelligentie, talent, vaardigheden en capaciteit ontwikkeld kunnen worden. Om dit te ontwikkelen, moet je inspanning leveren, leren en doorzetten.
© Shutterstock

Even terug naar zelfvertrouwen. Bij een fixed mindset geloof je dus dat je talent al vaststaat. Presteer je slecht, dan is dat natuurlijk de schuld van je talent. Je hebt het gevoel dat je talent ontoereikend is of afneemt, wat veel invloed heeft op je zelfvertrouwen. Je hebt het gevoel dat je hier niks aan kunt veranderen. Bij een growth mindset denk je juist dat je je talent kunt ontwikkelen door hard te werken. Presteer je slecht, dan kun je leren van de gemaakte fouten. Je gelooft dat je beter kunt worden door hard te werken. Hierdoor zal je zelfvertrouwen niet verslechteren. Dit betekent ook dat je risico’s durft te nemen door nieuwe dingen te proberen.

De theorie van de growth mindsets laat dus zien dat je beter een growth mindset kunt hebben. Een growth mindset krijgen is afhankelijk van vele factoren. Zo kun jij als trainer of coach ook een belangrijke bijdrage leveren aan het ontwikkelen van een growth mindset. Jouw manier van coachen kan namelijk veel veranderen.

Specifieke en bruikbare feedback

Om een growth mindset te ontwikkelen, is het belangrijk positieve feedback te geven en de nadruk te leggen op het leren. Oftewel, als je sporters wil prijzen voor het goede spel, benoem dan dat je ziet dat ze hard hebben gewerkt. Als je benoemt dat ze echt een talent zijn, kunnen ze eerder een fixed mindset ontwikkelen. Je wil juist dat sporters nieuwe dingen proberen, maar dat betekent ook dat ze fouten maken. Deze fouten horen erbij, maar het is wel belangrijk om ervan te leren. Laat zien dat je trots bent. Vier deze fouten en geef je eigen fouten ook toe. Daarnaast kun je gaan coachen op het harde werk dat iemand verricht. “Weet je nog, twee maanden geleden vond je het nog moeilijk. Door hard te werken, is het je gelukt. Goed gedaan!”

Zorg tevens dat de feedback die je geeft specifiek en bruikbaar is. Een opmerking als “goed gedaan”, zegt niets. Wat hebben ze namelijk goed gedaan? Geef heel specifiek aan wat goed gaat en wat beter kan.

Ook een opmerking als “Wat goed, jullie hebben gewonnen”, is nietszeggend. Je kunt beter focussen op het laten zien dat het harde werk ervoor heeft gezorgd dat ze hebben gewonnen. “De afgelopen weken hebben jullie hard gewerkt, super gedaan!” Of: “Jullie harde werk heeft vandaag voor een positief resultaat gezorgd.” Je kunt daarnaast de wedstrijd analyseren en bespreken wat ze goed hebben gedaan tijdens de wedstrijd.

Uitdagende, maar haalbare doelen stellen

Zorg daarnaast dat je de sporters uitdaagt op hun niveau. Stel uitdagende, maar haalbare doelen. Je wil ze dwingen zichzelf uit te dagen, maar niet ontmoedigen. Het beste is om deze doelen samen met de sporters op te stellen. Je kunt hierbij focussen op zowel team- als individuele doelen. Zorg daarnaast dat je verschillende type doelen stelt. Veel sporters en coaches hebben alleen maar resultaatdoelen, oftewel winnen. Bij deze doelen ben je niet alleen maar afhankelijk van jezelf, maar ook van anderen. Een verloren wedstrijd zorgt ook voor verlies in zelfvertrouwen. Dit is onnodig, ontwikkeling is namelijk een proces. Het is beter om ook te kijken naar je eigen ontwikkeling. Om dit te doen, moet je ook prestatie- en procesdoelen maken:

  • prestatiedoelen. Bij prestatiedoelen kijk je alleen naar je eigen prestatie. Bij hardlopen kun je denken aan het verbeteren van je eigen tijd op de 10 km;
  • procesdoelen. Bij een procesdoel focus je je meer op de acties, technieken of strategieën die je wil verbeteren. Bij tennis kan het een doel zijn om je backhand te verbeteren.


Bij het stellen van doelen is het dus belangrijk om alle drie de type doelen (resultaat-, prestatie-, en procesdoelen) te stellen. Want eerlijk is eerlijk, we willen natuurlijk ook gewoon winnen.

Belangrijk bij het opstellen van doelen is dat deze SMART zijn geformuleerd. Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden. Een voorbeeld van een SMART-doel: “Ik wil binnen zes weken mijn backhandtechniek verbeteren door tijdens elke trainingssessie tachtig procent van mijn backhands correct uit te voeren met de juiste grip en lichaamsrotatie.”

En vind je het nog lastig om je leerdoel ook echt SMART te maken? Vraag ChatGPT om hulp.

Zelfkennis en zelfreflectie

Om goede doelen te kunnen stellen, is het belangrijk om jezelf te kennen. Bij een gebrek aan zelfkennis stel je je doelen vaak te hoog of juist te laag. Zoals eerder genoemd, is het belangrijk om jezelf voldoende uit te dagen. Kwaliteiten en valkuilen kunnen makkelijk door elkaar gehaald worden. Dit zorgt voor verwarring.

Sporters die hun eigen kwaliteiten als valkuilen zien, zullen aan zichzelf gaan twijfelen. Er ontstaat uiteindelijk een selffulfilling prophecy. Dit houdt in dat je gedrag wordt beïnvloed door je eigen gedachten, waardoor het vanzelf werkelijkheid wordt. Bijvoorbeeld als je verwacht dat je gaat missen, is de kans aanzienlijk groter dat je ook gaat missen.

Dit geldt eveneens voor jou als coach. Als jij verwacht dat een speler niet voldoende kwaliteiten heeft, is de kans groter dat deze speler niet voldoende zal presteren. Onbewust geef je deze speler minder aandacht, omdat je de hoop al hebt opgegeven. Dat heeft natuurlijk slechtere prestaties tot gevolg.

Ik gebruik vaak twee methodes om zelfkennis te ontwikkelen. De eerste is de kernkwadrant. Bij kernkwadranten zoek je uit wat je persoonlijke kwaliteiten zijn en wat hun relatie is met de valkuilen, uitdagingen en allergieën:

  • kernkwaliteit. Een sterke, positieve eigenschap. Denk aan enthousiasme;
  • valkuil. Als de kwaliteit te sterk aanwezig is, ontstaat een valkuil. Een valkuil van enthousiasme is chaotisch;
  • uitdaging. Je wilt graag dat de valkuil niet te veel aanwezig is, daarom moet je hier aan werken. Een uitdaging bij chaotisch is structuur aanbrengen;
  • allergie. Een allergie is gedrag dat jij vervelend vindt bij andere mensen. Bij enthousiasme kan dit onverschilligheid zijn.

De tweede methode die ik regelmatig gebruik, is het reflectiemodel van Korthagen. Bij deze methode ga je stapsgewijs door een zeer specifieke situatie heen. Door middel van dit model leer je om je gedrag te veranderen. In totaal zijn er vijf stappen in deze methode:

  1. gebeurtenis. Wat is er specifiek gebeurt tijdens de situatie. Het gaat hier om een specifieke situatie, bijvoorbeeld een situatie tijdens een training;
  2. terugblik. Je kijkt terug naar de situatie en beschrijft wat er precies is gebeurd. Je beschrijft wat je voelde, wat je dacht, wat je goed vond gaan en wat er juist beter kon;
  3. bewustwording. In deze stap kijk je naar wat er belangrijk is en wat je hebt geleerd van de situatie. Welke handelingen zorgden voor het specifieke eindresultaat;
  4. alternatief gedrag. Dit is de eerste stap naar de toekomst. Je gaat nadenken over hoe je de situatie anders had willen aanpakken;
  5. toepassen. Dit is de laatste stap. In deze stap ga je daadwerkelijk een plan opstellen voor de toekomst. Wat ga je de volgende keer anders doen?

Sportpsycholoog

In sommige situaties is er meer aan de hand en kun jij als coach onvoldoende helpen. Je kunt de sporter doorverwijzen naar een (sport)psycholoog. Zij kunnen de sporter verder helpen. Bij twijfel kun je ook altijd zelf contact opnemen met een sportpsycholoog.

Workshop ‘Leren presteren onder druk’

Het vergroten van het zelfvertrouwen van sporters komt ook als leerdoel aan bod in een nieuwe workshop van Jeroen Davids. In de workshop ‘Leren Presteren onder druk’ op 26 mei duiken we dieper in de wetenschap en de praktijk achter presteren onder druk. Je leert hoe je mentale vaardigheden kunt trainen en druk kunt omzetten in focus. Ook komen diverse ondersteunende technieken zoals visualisatie, ademhaling en mindfulness aan bod. Je leert hoe je deze technieken kunt integreren in je coaching en training. Bovendien verkennen we hoe je deze technieken kunt combineren tot een korte ontspanningsroutine. Dit zorgt niet alleen voor mentale balans bij je sporters, maar biedt ook jou als coach een waardevol hulpmiddel om te gebruiken in stressvolle situaties.